behoren (~ aan: toehoren aan)

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

De toekomst behoort aan mensen die weten wat ze willen.

De pleinen behoren aan mensen, niet aan tanks.

Het primaat van de politiek behoort aan de raad.

De toekomst behoort aan de overwinnaar en de overwinnaar alleen heeft recht.

Het bestuurlijke primaat behoort aan het gemeentebestuur.

Art. 75 Het recht van initiatief behoort aan elke tak van de federale wetgevende macht.

Deze goederen behoren aan de natie.

Wat bezielt mannen om falset te zingen, in een toonhoogte die behoort aan de vrouwenstem?

De verslaggeving behoort aan de gezamenlijkheid.

Op een middag werd ik gebeld door een zoetgevooisde stem die behoorde aan een dame van de Postbank.

Speciaal voor deze versie van de tentoonstelling zijn diverse boeken toegevoegd die ooit hebben behoord aan de Bazelse humanist Willibald Pirckeimer.

Land in Zuid-Soedan behoort aan het volk en alleen traditionele stamhoofden mogen grond toewijzen.

De resterende snippers behoren aan China.

De schatkamer in de Hemelen (Efeze 1:1-7) behoort aan ons, alleen door het geloof en niet uit werken.

De Nederlandse stem van Frozen Planet behoort aan Peter Drost en klinkt minder ironisch dan die van origineel commentator en regisseur David Attenborough.

Namen als Donner en Scheltema behoren aan de literatuur.

In de cijfers valt het nog wel mee: de 211 bloedzakken zouden behoren aan 36 sporters, wellicht 23 wielrenners en 12 atleten.

„ De Documenta behoort aan vele mensen en staat los van nationale grenzen."

De volmacht om te oordelen behoort aan de Zoon des Mensen, vgl. Joh.5:27.

Want ' De aarde behoort aan allen ' stelt Broederlijk Delen terecht in haar baseline.

Het behoorde aan de achttiende-eeuwse keizer Qianlong, die ­tijdens zijn lange regeerperiode 1.800 van die zegels had.

Dit gebeurt bijvoorbeeld met het op zichzelf gelaagde werk De wereld behoort aan hen die vroeg opstaan (2002) van Visser.

Het behoort aan Santi Choudhary, wiens juwelenmakende voorouders zich hier in 1726 vestigden, tegelijk met Sawai Jai Singh II.

indirect object

Aan wie of wat, of voor wie of wat (...) men of wordt (...)?

pronomen

mij

prepositiegroep

aan:

...

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.